Functionele beperkingen

Hoe zorgen we ervoor dat ook de leerling met een motorische beperking, bijvoorbeeld als gevolg van een lichamelijke handicap, ziekteproces, ongeval of een vertraagde ontwikkeling, zich optimaal ontwikkelt en zelfredzaam wordt?

Onze Externe Dienstverlening ondersteunt leerlingen die problemen hebben met fijne motoriek en/of grove motoriek en hiervan problemen ondervinden in hun dagelijkse (school)activiteiten. Samen met reguliere scholen realiseren wij continuïteit in de educatieve en sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen en jongeren die door een ziekte of beperking zijn aangewezen op ‘onderwijs op maat.’

Voorbeelden van ziektebeelden zijn:

  • Cerebrale Parese (CP) / hersenverlamming
  • Spina bifida (SB)
  • Kanker
  • Jeugdreuma (JIA)
  • Spierziekten
  • Developmental coördination disorder (DCD)
  • Niet aangeboren hersenletsel (NAH)
  • Leerlingen met somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK)

Op de website van SBH is veel informatie te vinden over kinderen met fysieke beperkingen. Dit is een organisatie van en voor mensen met een aangeboren lichamelijke beperking. 

DCD staat voor Developmental Coördination Disorder, ook wel een coördinatieontwikkelingsstoornis genoemd. 

DCD openbaart zich gedurende de ontwikkeling van een kind en kan pas vanaf ongeveer 5 jaar worden vastgesteld. Door het ontbreken van duidelijke uiterlijke kenmerken ervaart het kind vaak onbegrip. De motorische onhandigheid kan leiden tot een gevoel van onvermogen en frustratie. Gevolg is dat zij minder vaak deelnemen aan fysieke en sociale activiteiten met leeftijdsgenoten.

De diagnose

Leerlingen met de diagnose DCD hebben problemen met het aanleren en uitvoeren van motorische vaardigheden. Bovendien verrichten zij motorische handelingen duidelijk slechter dan leeftijdsgenoten zonder DCD. Dit kan zowel gaan om de grove als de fijne motoriek. Motorische vaardigheden kosten voor een leerling met DCD veel (fysieke en geestelijke) inspanning en leiden vaak tot problemen als vermoeidheid en traagheid.

Leerlingen met de diagnose DCD zijn meestal onhandige, houterig bewegende leerlingen bij wie er geen onderliggende medische oorzaak wordt gevonden. Leerlingen met DCD presteren vaak onder hun niveau. Zij doen 66% van het werk in de tijd waarin de andere leerlingen alles af hebben. Voor leerlingen met DCD kost het werk veel meer inspanning.

Oorzaak

DCD wordt meestal beschouwd als een uiting van een in aanleg niet optimaal ontwikkeld zenuwstelsel. Over de oorzaken bestaat geen eenduidigheid. Erfelijke factoren en problemen rond de geboorte worden als mogelijke oorzaken genoemd. De diagnose geeft alleen aan dát er iets aan de hand is, niet wát dat is. Kinderen met DCD vormen daardoor een zeer heterogene groep, waarbij zowel de aard als de ernst van de problemen sterk kunnen verschillen.

Diagnosestelling

Binnen Het Landelijk DCD Netwerk is afgesproken dat de diagnose DCD alleen gesteld mag worden door een revalidatiearts of een arts die hiertoe geschoold is. De diagnosestelling vindt bij voorkeur plaats in een multidisciplinaire context.

Algemene gevolgen voor de schoolvaardigheden en enkele adviezen

  • Ga uit van onvermogen/onmacht, niet van onwil, heb een open houding en toon begrip. Informeer alle collega’s/betrokkenen over de beperking en de gevolgen van de beperking voor de leerling en voor de onderwijsorganisatie.
  • Geef informatie/uitleg aan de medeleerlingen.
  • In elke leeftijdsfase kan een leerling met DCD voor nieuwe problemen komen te staan. Deze motorische problemen kunnen niet worden weggenomen. Het is wel van belang om te kijken naar manieren waarop hiermee wordt omgegaan. Het helpt als kinderen met DCD  hun eigen ‘gebruiksaanwijzing’ kunnen maken en daarbij hun sterke kanten leren kennen en benutten (kennen, herkennen en erkennen).

Meer informatie
De Externe Dienstverlening heeft de specifieke expertise in huis om school, leerlingen met DCD en ouders hierin te adviseren en te ondersteunen. Schakel onze experts in voor adequaat en handelingsgericht advies afgestemd op jouw leerling met DCD.

Meer informatie over DCD is te vinden op de site van oudervereniging Balans.
 

Wat is NAH?
NAH is de afkorting voor Niet Aangeboren Hersenletsel. Het is een verzamelnaam voor elke afwijking of beschadiging van de hersenen die ná de geboorte is ontstaan als gevolg van een ziekte (niet traumatisch) of ongeval (traumatisch). 

Centraal kenmerk van NAH is dat er sprake is van een breuk in de levenslijn. Het leven vóór het letsel verschilt essentieel van het leven ná het letsel. Het samenhangend patroon van mogelijkheden en vaardigheden is verstoord. Het één lukt wel, het andere niet. De lichamelijke, functionele beperkingen vallen de meeste mensen in de omgeving van de getroffene vaak direct op. Deze zijn zichtbaar. De 'onzichtbare gevolgen' zijn minder opvallend en komen vaak pas na enige tijd tot uiting, zoals cognitieve en sociaal-emotionele problemen. Vaak hebben die de grootste impact op het leven.

Wat zijn de gevolgen van NAH en hoe handel ik daarbij?
Iedere getroffene met NAH is anders, afhankelijk van het hersengebied dat beschadigd is. Daarom heeft iedere leerling met NAH andere beperkingen en maakt een ander hersteltraject door. Op school merken we dat deze leerlingen met NAH zich in veel gevallen niet langdurig kunnen concentreren, een vertraagd tempo van informatieverwerking hebben, problemen hebben met geheugentaken, moeite hebben met een overdaad aan prikkels, geen twee dingen tegelijk kunnen doen en zowel fysiek als mentaal snel vermoeid zijn.

Een basisadvies dat wij je geven is de PRET-strategie:
Pauzeren: een leven met NAH kost veel energie. Bouw in overleg met de leerling regelmatig korte pauzes in.
Rustige omgeving: voorkom te veel prikkels. Bijvoorbeeld tijdens werken gebruik laten maken van een hoofdtelefoon.

Eén ding tegelijk: laat taken één voor één uitvoeren, anders kost het te veel concentratie en energie.
Tempo: pas het tempo aan. Leg de lat niet te hoog.
Het is van belang om je door de ouders goed te laten informeren over de resultaten van het medisch en neuropsychologisch onderzoek. Gebruik deze informatie als basis voor het opstellen van een plan van aanpak voor op school.

Meer informatie
Iedere leerling met NAH is anders, met name de onzichtbare gevolgen zijn belemmerend voor een goed functioneren op school. De Externe Dienstverlening heeft de specifieke expertise in huis om school, leerlingen en ouders hierin te adviseren en te ondersteunen. Schakel de experts van de Externe Dienstverlening in voor adequaat en handelingsgericht advies afgestemd op jouw leerling met NAH. 

Lees op de site van de Herstenstichting meer over NAH (niet-aangeboren hersenletsel).

“Nou, van Daan is net de diagnose bekend. Hij blijkt EDS te hebben met hypermobiliteit. Ik mag hem niet te veel laten lopen, want dat is te vermoeiend en te pijnlijk voor hem. Vraag ik in de klas “wie wil de lamp even uitdoen?”  En….. Daan  staat al bij de lichtknop, helemaal door de klas gesprint. Hoe kan ik hem nu minder laten bewegen, als hij zelf al zo wil bewegen. Pff, ik vind het wel een dingetje.”

Dat klopt, het is best een dingetje. Daan heeft een grote bewegingsdrang, die waarschijnlijk ook op de speelplaats te zien is. Het doseren van bewegen zal nog een hele kunst worden. Niet bewegen is niet goed, maar in zijn geval is teveel bewegen zeker ook niet goed. De gevolgen, pijn- en vermoeidheidsklachten, zijn soms al na enkele minuten merkbaar. Het is verstandig om in overleg met Daan afspraken te maken: wanneer is het wel en wanneer is het niet haalbaar om te bewegen en hoe lang kun je bewegen?

Wat is EDS?
EDS staat voor Ehler-Danlos Syndroom. EDS bestaat uit een groep aandoeningen waarbij het bindweefsel niet goed is aangelegd. Bind- of steunweefsel zit overal in ons lichaam waar steun gegeven moet worden. Dit betekent dat het een belangrijk weefsel is van de banden die gewrichten op hun plaats moeten houden. Het zorgt er bovendien voor dat de huid vast zit aan de onderliggende laag. EDS-patiënten kunnen erg van elkaar verschillen wat betreft symptomen en de ernst daarvan.

Er zijn acht types EDS. Daan heeft het klassieke type EDS. De hoofdkenmerken zijn een overrekbare en/of zachte, fluweelachtige huid en hypermobiliteit in de gewrichten. Dat betekent dat de huid kwetsbaar is, gemakkelijk kan scheuren en vaak ernstige bloeduitstortingen laat zien. Pas dus op met pleisters plakken!

Wat zijn de kenmerken van EDS en hoe handel ik daarbij?
De gewrichten zijn instabiel en overbeweeglijk en kunnen gemakkelijk geheel of gedeeltelijk uit de kom gaan. Omdat hierdoor ook een verminderd en een verstoord gevoel voor evenwicht kan ontstaan, is het belangrijk om alert te zijn tijdens de gymles. Denk hierbij aan evenwichtsoefeningen, ringzwaaien en diepspringen. EDS heeft gevolgen voor de belastbaarheid en de conditie van de leerling. Pijn- en vermoeidheidsklachten zijn vaak terugkerende verschijnselen. Mogelijk kun je dagelijks één of meerdere rustmomenten voor een leerling met EDS inbouwen. Ook heeft EDS impact op de sociaal-emotionele ontwikkeling, zoals de acceptatie van de beperkingen, de bewaking van de eigen fysieke grenzen en het spelgedrag.

Blijf alert en laat merken dat je je leerling ziet en hoort! Maak afspraken en geef af en toe een verantwoord bewegingsmomentje. Maak samen met leerling en ouders een plan van aanpak én een handelingsprotocol bij calamiteiten in geval van een ongeluk of valpartij.

Meer informatie
De Externe Dienstverlening heeft de specifieke expertise in huis om school, leerlingen met EDS en ouders hierin te adviseren en te ondersteunen. Schakel onze experts in voor adequaat en handelingsgericht advies afgestemd op jouw leerling met EDS.

Julia heeft ‘gewoon’ de griep gehad, maar houdt al maanden ernstige vermoeidheidsklachten. Esther is heel vaak thuis met buikpijnklachten en heeft geen idee waar die vandaan komen. Bas houdt het op school maar een paar uur uit, dan wordt zijn chronische hoofdpijn zo erg dat hij naar huis moet. Herken je een van deze leerlingen bij jou in de klas of op school, waarbij schoolverzuim ernstige vormen aanneemt?

Er is sprake van SOLK

Lichamelijke klachten kunnen op vele verschillende manieren ontstaan, zowel acuut als geleidelijk. Als het goed gaat, nemen de klachten na verloop van tijd vanzelf af. Bij bovenstaande leerlingen zijn de klachten tegen de verwachting in niet over gegaan. Er is sprake van een verstoord herstelproces. De term die voor dit klachtenbeeld gebruikt wordt is SOLK: Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten. Het betreffen lichamelijke klachten die langer dan enkele weken duren en waarbij na adequaat medisch onderzoek geen somatische aandoening wordt gevonden die de klacht voldoende verklaart.

Bij onze Externe Dienstverlening nemen de aanvragen voor het ambulant begeleiden van deze leerlingen toe. Vandaar dat wij onze expertise goed op peil houden. Onderstaand aandacht voor de laatste ontwikkelingen en datgene waarmee wij jou van dienst kunnen zijn in de begeleiding van deze leerlingen.

De boodschap is:

  • Verklaard of onverklaard maakt niet uit, van belang is om de klachten serieus te nemen.
  • Lichaam en geest zijn niet te scheiden.
  • Herstel is de norm.
  • Specifieke taak voor school bij het herstel SOLK.

De behandeling van SOLK start meestal in de huisartspraktijk, vaak gevolgd door de 2e lijn: algemeen ziekenhuis, GGZ. Soms komt er behandeling in de 3e lijn aan te pas: een gespecialiseerd (revalidatie) centrum.

Doel van de behandeling is gericht op:

  1. Herstel van lichamelijke klachten: afname intensiteit, frequentie en eventueel duur van de klachten.
  2. Herstel van functioneren: beter functioneren o.a. weer (in eerste instantie gefragmenteerd) deelnemen aan school en onderwijs (en buitenschoolse activiteiten).

Ook school heeft dus een specifieke taak bij het herstel van SOLK: ondersteunen van het herstelproces door vergroten van veiligheid, sociale acceptatie en waardering. Daarbij wetend dat iedere leerling anders is en dus vraagt om een maatwerk plan van aanpak.

Samen met leerling/school op weg naar herstel

Wat heeft de Externe Dienstverlening van SSOE de school te bieden ter ondersteuning van het herstelproces?

Procesbegeleiding

  • Samenwerken met alle betrokkenen.
  • Overleg met behandelaar over mate van belastbaarheid en do’s en dont’s.
  • Als de behandelaar geen uitspraak doet over belastbaarheid, dan samen met leerling en ouders een inschatting en keuzes maken: wat kan wél?
  • Onderwijs veilig stellen: wat zijn je capaciteiten, zit je op de goede plek? Je hebt energie nodig voor herstel.
  • Aansluiting school/klas veilig stellen: wat wil je en wat heb je nodig? Afspraken maken over communicatie en verwachtingen.
  • Opstellen van een terugkeerplan met een herstelondersteunend rooster. Zorgen dat het haalbaar is, want haalbaar betekent succes.
  • Continuïteit waarborgen; ook in een volgend schooljaar.

Coachen van een leerling met SOLK

  • Vertrouwenspersoon bij wie leerling met vragen en onzekerheden terecht kan.
  • Wekelijks / tweewekelijks het herstelondersteunend rooster evalueren. Indien mogelijk activiteiten geleidelijk uitbreiden.
  • Goed leren omgaan met gezondheidsadviezen. Zelfredzaam leren zijn in het aangeven van ondersteuningsbehoeften en grenzen (kennen, herkennen en erkennen) om zodoende de juiste balans te vinden.

Professionaliseren van leraren

  • Coachen docenten, zodat zij de rol van persoonlijke coach op zich kunnen nemen.
  • Presentatie/uitleg tijdens een teamvergadering.
  • Verzorgen workshop.
     

Heb je een leerling met een stofwisselingsziekte op school? Onze specialisten kunnen adviezen geven, ondersteuning en hulp bieden aan onderwijsprofessionals en leerlingen. 

Wat is een stofwisselingsziekte?

Ons voedsel bestaat uit verschillende voedingsstoffen zoals eiwitten, koolhydraten, vetten, vitaminen en mineralen. Het voedsel wordt in het maag-darmkanaal kleiner gemaakt en voedingsstoffen worden opgenomen in alle lichaamscellen. Dit wordt vertering genoemd. Het echte stofwisselingsproces begint pas in de cel.  Voor de stofwisseling zijn enzymen nodig. Deze enzymen worden in de cel zelf gemaakt. Er zijn duizenden enzymen in ons lichaam aan het werk. Ieder enzym heeft een eigen specifieke taak. Als zo’n enzym niet goed werkt of ontbreekt, loopt het spijsverteringsproces spaak. Er worden teveel schadelijke stoffen geproduceerd of juist te weinig stoffen die het lichaam hard nodig heeft. We spreken dan van een stofwisselingsziekte. De gevolgen voor elk enzymdefect en dus voor elke stofwisselingsziekte zijn anders. 

Wanneer herken je een stofwisselingsziekte?

Klachten kunnen al kort na de geboorte ontstaan, maar ook in de jaren erna of zelfs pas op volwassen leeftijd. Er zijn veel symptomen, zoals een ontwikkelingsachterstand, groeiachterstand, vermoeidheid, coma en epilepsie. Het verloop van de ziekten verschilt onderling enorm. Er zijn stofwisselingsziekten waarmee iemand normaal volwassen kan worden, mits deze persoon zich bijvoorbeeld aan een dieet houdt. Er zijn stofwisselingsziekten die een grillig verloop kennen. Maar er zijn ook progressieve stofwisselingsziekten. De ziekte kan ernstige beperkingen veroorzaken en soms zelfs lijden tot een vroegtijdige dood. 

Ondersteuning bij een leerling met een stofwisselingsziekte in de klas

Aangezien de oorzaken en gevolgen van een stofwisselingsziekte sterk uiteen kunnen lopen, is het niet mogelijk om een algemeen beeld te schetsen van de invloed van een stofwisselingsziekte op de schoolvaardigheden. Begeleiding van deze leerlingen is daarom altijd maatwerk. Vanuit de Externe Dienstverlening zetten wij onze deskundigheid graag in om samen met de school te voldoen aan de ondersteuningsbehoeften die een leerling met stofwisselingsziekte heeft.  

Meer informatie kun je vinden op de site van de Vereniging van Stofwisselingsziekten (VKS).

De vereniging van mensen met een lichamelijke handicap, SBH, organiseert samen met paralympiër Kees-Jan van der Klooster de rolstoelvaardigheidstraining voor kinderen. Deze training vindt regelmatig plaats. Data en informatie is te vinden op hun website.. Het doel is om kinderen vertrouwder te maken met hun rolstoel om het zelfvertrouwen te vergroten en de opbouw van hun fysieke en mentale zelfstandigheid uit te bouwen.

Kees-Jan heeft in de afgelopen jaren met veel succes rolstoelvaardigheidstrainingen aan kinderen gegeven. Natuurlijk trainde Kees-Jan op het nemen van obstakels met een rolstoel. Maar de impact op kind én ouders was veel groter. Zoals een moeder zei: "Na de cursus is er echt een verandering binnen ons gezin opgetreden. Onze dochter is veel zelfstandiger, handiger en trotser geworden."

De rolstoelvaardigheidstrainingen zijn mogelijk gemaakt door: Nederlandse Stichting voor het Gehandicapte Kind (NSGK), Opa en oma actie en Stichting Radboud Kleisterlee. 

Ga voor meer informatie en filmpjes naar de website van SBH (voorheen BOSK).

De KinderGebaren-app van de NSDSK heeft de gehandicaptenzorgprijs 2018 gewonnen.

Deze app bevordert de interactie tussen dove, slechthorende en horende kinderen. In de app zijn 200 gebaren samengebracht. De app is ontwikkeld door de vader van een doof jongetje en de NSDSK en is gratis beschikbaar.  

Kindergebaren

Voor leerlingen die ziek zijn, is het belangrijk dat het gewone leven zoveel mogelijk door gaat. Onderwijs hoort daar bij. Leerkrachten kunnen een beroep doen op de dienstverlening van een consulent Onderwijsondersteuning Zieke Leerlingen (OZL). 

Samen met de scholen realiseert de consulent OZL continuïteit in de eductieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen en jongeren die door ernstige en/of langdurige ziekte aangewezen zijn op 'onderwijs op maat'. Zo maken ze o.a. gebruik van de steun via het sterke landelijke netwerk Ziek Zijn en Onderwijs (Ziezon) en van de gratis unieke inzet van beeld- en geluidverbinding via Klassecontact. 

Meer informatie